Tanden en kiezen bestaan uit een kroon en een wortel. De kroon is het gedeelte dat boven het tandvlees zichtbaar is. De wortel zit onder het tandvlees in de kaak verankerd. In iedere wortel loopt een kanaal: het wortelkanaal. Dit kanaal is gevuld met levend weefsel dat voornamelijk bestaat uit zenuwvezels en kleine bloedvaten: de pulpa. Door tandbederf, een lekkende vulling of door een klap tegen de tand kan de pulpa ontstoken raken (pulpitis). Deze ontsteking wordt veroorzaakt door bacteriën. Gevoeligheid bij het drinken van warme of koude dranken is vaak een eerste signaal, maar soms geeft de ontsteking helemaal geen klachten. De pulpa zal uiteindelijk afsterven en de bacteriën kunnen dan een ontsteking van het kaakbot rondom de wortel veroorzaken. Bij het dichtbijten kan de tand of kies dan ‘iets te hoog’ aanvoelen. Op een röntgenfoto is de ontsteking soms goed te zien (zie fig. 1).
De wortelkanaalbehandeling
Omdat een ontstoken pulpa niet alleen voor pijn kan zorgen, maar ook een gevaar voor het behoud van de tand of kies oplevert, zal de pulpa uit het kanaal moeten worden verwijderd. Alle kanalen (een tand heeft er één, een kies meestal meer) moeten goed worden schoongemaakt en daarna worden opgevuld. Dit noemt men een wortelkanaal of endodontische behandeling. Een tand of kies die op deze wijze door de tandarts behandeld is, kan meestal nog een leven lang mee.
Waarom een operatieve behandeling van een ontstoken wortelpunt?
Soms kan een wortelkanaalbehandeling de ontsteking aan de wortelpunt niet tot rust krijgen (zie fig. 2). Het is dan zinvol de wortelkanaalbehandeling nogmaals uit te voeren (een zogenaamde revisie).Wanneer ook deze tweede ingreep geen resultaat oplevert, kan besloten worden tot een operatieve behandeling van de ontstoken wortelpunt, ook wel apexresectie genoemd. De kansen op succes na een apexresectie zijn echter kleiner dan na een wortelkanaalbehandeling.
De behandeling
De operatieve behandeling van een ontstoken wortelpunt gebeurt meestal onder plaatselijke verdoving. De verdoving is dezelfde als bij de tandarts. Wanneer u tijdens de behandeling het gevoel heeft dat de verdoving onvoldoende is, kunt u dit aangeven.
Zodra de verdoving is ingewerkt, maakt de kaakchirurg het tandvlees bij de tand of kies los. Vervolgens verwijdert hij wat kaakbot en de wortelpunt met het ontstoken weefsel eromheen. Daarvoor wordt gebruik gemaakt van een boor, die lijkt op die van de tandarts. Meestal wordt daarna nog het wortelkanaal van de (ingekorte) wortel gevuld met een vulmateriaal (zie fig. 3). Het tandvlees wordt gehecht met hechtmateriaal dat vanzelf oplost. Dit kan wel enkele weken duren. Soms is het nodig hechtingen te gebruiken die niet vanzelf oplossen en verwijderd moeten worden. Daar wordt dan een vervolgafspraak voor gemaakt.
Duur van de behandeling
De duur van de behandeling is afhankelijk van het aantal kanalen en wortels dat behandeld moet worden. Tanden hebben meestal één wortel, kiezen in de regel meer. Gemiddeld duurt de behandeling een half uur.
Na de behandeling
Na de behandeling heeft u nog enkele uren hinder van het verdoofde gevoel. Houdt u er rekening mee dat ook uw concentratievermogen en reactiesnelheid beïnvloed kunnen zijn. De eerste dagen na de behandeling kunt u klachten hebben van pijn, zwelling en temperatuursverhoging. U krijgt meestal een recept mee voor medicijnen, die deze klachten kunnen tegengaan. Bovendien krijgt u de folder ‘Specifieke instructies na een kaakchirurgische behandeling’ mee.
Een operatieve behandeling van een ontstoken wortelpunt is geslaagd als er op termijn geen klachten meer zijn of verschijnselen die duiden op een ontsteking (zwelling, fistel met pusafvloed, verdiepte tandvleespocket etc.). Gewoonlijk groeit het kaakbot weer tegen de ingekorte wortels aan. Of dit ook daadwerkelijk gebeurt wordt gecontroleerd met röntgenfoto’s, meestal kort na de ingreep en na ongeveer een jaar.

Illustraties: Ad Carlée
Bron: Communicatie & Patiëntenvoorlichting Onze Lieve Vrouwe Gasthuis©